Eendenkooi
Een eendenkooi is een stuk land met bos en water, ingericht om wilde eenden te vangen.
In 1989 restaureerde Natuurmonumenten, in het kader van het Nationaal Park, de enige Schiermonnikoger eendenkooi. De kooi is in 1861 in de polder, aan de rand van de binnenduinen, aangelegd vanwege de aanvoer van zoet grondwater. Deze kooi moet het vooral van de trek van eenden langs de zee hebben. Behalve voor rust komen de eenden ook naar de kooi vanwege het zoete drinkwater. Daarnaast heeft de kooi cultuurhistorische waarde. Zo blijft het kooikersvak voor Schiermonnikoog behouden. De kooiker vangt de eenden nu echter niet meer voor consumptie, maar ringt ze voor onderzoek.
Inrichting van de kooi

Een eendenkooi is van ver te herkennen aan het 'kooibos'. Dit bos ligt om een zoetwaterplas heen. Aan de plas zijn een of meer kromme sloten gegraven: de vangpijpen. De eendenkooi van Schiermonnikoog heeft vangpijpen op de vier hoekpunten van de plas. De hele pijp is overdekt met gaas en lijkt dus wel wat op een kooi. Naar het uiteinde toe worden de pijpen steeds smaller en komen ze uit in het vanghok.
Friese kooi
De eendenkooi van Schiermonnikoog is een Friese kooi: langs de vangpijp staat een rietscherm dat nergens onderbroken is. De kooiker kijkt door kijkgaatjes. In een ander type kooi staan de rietschermen schuin achter elkaar opgesteld, in de vorm van een visgraat.
De plas is omring door aardenwallen. Direct om de plas liggen de zitwallen: stroken grond waarop eenden kunnen rusten c.q. zitten. Er is ook een hoge wal, waarachter de kooiker ongezien om de plas kan lopen.
Kooihuisje en makhok
In het kooihuisje bewaart de kooiker eendenvoer en het gereedschap om de kooi te onderhouden. Het makhok is een hok van gaas met daarin een plasje. Hier kunnen eenden tam gemaakt worden. Ze gaan de eendenkooi als hun thuis beschouwen en dat is nodig voor het lokken van andere eenden.
Het vangen
'Staleenden' spelen een belangrijke rol in de kooi. Deze tamme eenden weten dat het rustig is in de kooi en dat ze er gevoerd worden. Ze schrikken niet meer van de kooiker. 's Nachts zoeken ze samen met eenden die langs het eiland trekken, voedsel op het wad of op de kwelder. 's Ochtends nemen ze de trekkende eenden mee naar de kooiplas, waar ze overdag ongestoord uitrusten.
Dan komt de kooiker in actie. Het vangen van eenden is een apart vak. Het vereist geduld en voorzichtigheid. Het eerste wat de kooiker doet, is kijken hoe de wind staat. Opvliegen doen eenden altijd tegen de wind in. Aan de hand van de windrichting bepaalt de kooiker welke van de vier vangpijpen hij gaat gebruiken. In de pijp gooit de kooiker voer over het scherm. De staleenden zwemmen er meteen naartoe, terwijl de andere eenden nieuwsgierig volgen.
Zodra er voldoende eenden in de pijp zwemmen, stapt de kooiker tevoorschijn op een plek tussen de eenden en de plas.
De eenden schrikken en vliegen op om te vluchten, tegen de wind in, in de richting van het vanghok. Uit de verte lijkt het erop dat ze daar de vangpijp uit kunnen vliegen.
De pijp is echter afgesloten met gaas: de spiegel. Daardoor vallen ze en vluchten uiteindelijk lopend het vanghok in. Met een klep wordt het hok gesloten. De kooiker kan de eenden rustig bekijken en bepalen welke hij nodig heeft.
Kooiker
De huidige kooiker, dhr. T. Talsma, woont op de naast de kooi gelegen boerderij, 'De Kooiplaats'. Het kooikersvak blijft nu op Schiermonnikoog behouden. Een groot aantal eenden gaat de pijp door (niet de pijp uit, zoals vroeger) om geringd te worden. Soorten die van belang zijn voor het ringonderzoek zijn bijvoorbeeld: smient, wintertaling, pijlstaart en slobeend. Deze soorten zijn afkomstig uit Scandinavië en Rusland en doen Schiermonnikoog aan tijdens de trek. De kooiker noemt deze eenden 'blauwgoed'.
Bijzonder is dat de kooiker op Schiermonnikoog ook veel wilde eenden vangt en ringt.
Rust
In het wild levende eenden zijn erg schuw. Een rustige omgeving is dus belangrijk. Daarom hoort er een afpalingsrecht bij de kooi: vanuit het midden van de kooi wordt een cirkel getrokken met een straal van maximaal 1200 meter. De randen ervan worden aangegeven met borden. Binnen deze cirkel mogen eenden niet worden verstoord. Behalve om de cultuurhistorische waarde zijn eendenkooien van belang als zoetwaterplas en als rustplaats voor veel soorten eenden. Ook groeien er vaak bijzondere planten.
|